Even helemaal weg

Column | 19-10-2018Rikko Voorberg

Nauru. Ken je dat eilandje? Paradijselijk, in de Stille Oceaan. Een vakantieoord pur sang. Heb je er als avontuurlijke globetrotter al eens onder de wuivende palmen gelegen of genoten van azuurblauwe zee en hagelwit strand? Even helemaal weg. 

Dat moet de Australische overheid ook gedacht hebben toen ze besloot geen vluchtelingen meer toe te laten op hun eigen gigantische continent en ze op te sluiten op Nauru. Voor onbepaalde tijd. Even helemaal weg. En nu kent het eilandje een ommuurde hel, een rottende puist in het knappe gezichtje van moeder aarde, een zwerend pusgezwel in haar helderblauwe oog. Mannen, vrouwen en kinderen zitten er als ratten in de val. 

Gevangenschap zonder uitzicht op een eiland in de Stille Oceaan heeft hun geest kapotgemaakt.

Nauru was voor mij altijd het dieptepunt van westerse beschaving, want hoe oostelijk Australië ook ligt, het is zo westers als wat. En het is net zo ongenadig als het beschaafde Westen kan zijn. Het Westen, dat ondanks alles zichzelf als tolerant beschouwt (en dat vaak ook is). Net zo ziet Australië zichzelf als laidback, easy-going. Daarom ging ik daar ook backpacken.

En dan blijkt er onder het fijne leven een harde korst schuil te gaan. Dan blijken sommige Australiërs het woord ‘Boong’ te gebruiken om de oorspronkelijke Aboriginal People mee aan te duiden. En als je ze vraagt wat dat betekent, dan zeggen ze met een biertje in de ene en een barbecuevork in de andere hand lachend dat ‘Boong’ het geluid is dat deze mensen maken als je ze aanrijdt met je truck. Laat dat biertje maar zitten. 

Men vertelt dat de kinderen van Nauru, zo’n 119, niet meer spelen, soms niet meer praten, soms niet eens meer opstaan om naar de wc te gaan. Gevangenschap zonder uitzicht op een eiland in de Stille Oceaan heeft hun geest kapotgemaakt. 

Ik haal vaak het einde van een artikel over Lesbos en onze grensdrama’s niet meer. Omdat ik de onmacht niet kan verdragen.

Misselijkheid komt op bij dat bericht. Om de kinderen, om de hardheid, maar misschien nog wel het meest omdat het de berichten zijn van een van ónze vakantie-eilanden. Van Lesbos. Waar vele duizenden kinderen zitten. En waar ze naar messen zoeken – kinderen van 9 en 10! – om zichzelf van het leven te beroven.

De meesten van hen lachen en spelen nog. Behalve ’s nachts, behalve in de onophoudelijke rijen voor voedsel. Ik kijk naar mijn zoontje en vraag me af wat er allemaal gebeurd moet zijn voor hij een mes pakt, of een schaar en in zijn arm begint te kerven op zoek naar een slagader. 

Lezen we de berichten nog? Of zijn we ermee opgehouden? Ik haal vaak het einde van een artikel over Lesbos en onze grensdrama’s niet meer. Omdat ik de onmacht niet kan verdragen. En als ik het niet meer lees, verdwijnt het uit mijn directe bewustzijn. Dan weet ik het niet meer, uiteindelijk. Dan zal ook ik achteraf zeggen dat ik dít niet heb geweten, niet echt. En dat is niet waar, maar toch een beetje. 

De weg naar de hel is niet geplaveid met goede voornemens, ze is geplaveid met geloof in onze onmacht. Jezus Christus geloofde niet in onmacht, Hij noemde dat ongeloof. Of kleingeloof. En Hij stond op. Nu wij nog. 

- Rikko Voorberg
Deze blog verscheen eerder in het Nederlands Dagblad.