Beroepsbedelaar

Blog | 07-03-2019Otto de Bruijne

Als Otto de Bruijne in 1977 een nieuwe auto nodig heeft voor zijn werk, ontvangt hij die op een wel heel bijzondere manier.

Toen ik in 1977 begon bij Tear brandde ik van enthousiasme om het land in te trekken als ‘beroepsbedelaar’. Niet met de pet in de hand om centen, maar met de Bijbel om onze ziel. Natuurlijk ging het om geld voor mensen die hun kinderen niet konden voeden, voor vluchtelingen en bewoners van sloppenwijken, om kinderen onderwijs te geven. Fondsenwerving was voor mij mensen het voorrecht geven om deel te worden van Gods Jubeljaar. Het was voor mij een priesterlijke en een profetische taak. Wij rijken zijn met gouden ketenen gebonden aan onze rijkdom. Het ging niet om de hoeveelheid geld die mensen gaven maar om het hart waarmee gegeven werd. Zo werd die ene gulden niet alleen hoop voor de armen, maar ook hoop voor ons rijken. 

Fondsenwerving was voor mij mensen het voorrecht geven om deel te worden van Gods Jubeljaar.

Toen ik bij Tear begon als beroepsbedelaar had ik een ouwe brik, dus moest er een goede auto komen. Tear vocht tegen het spook van de strijkstok en dus gingen we eerst op de knieën. Een zondag of twee later zat ik in onze huisgemeente achter een jonge man die ik geholpen had toen hij zich afvroeg of hij het boerenbedrijf van zijn vader moest overnemen of de zending in zou moeten gaan.

Toen de collectezak voorbij kwam, dacht ik nog: Wat heeft zo’n knul nou te makken? Na de dienst nam hij me apart en zei: ‘Je gaat voor Tear werken en je moet het land rond. Je hebt een goede auto nodig. Koop er een op mijn rekening en bedank me niet, want het is maar een procentje van de oogst van dit jaar en ik heb besloten het bedrijf van mijn vader over te nemen en van de winst de zending te ondersteunen.’ 

Zo reed ik met die splinternieuwe bak door het land en als ik dan door het gebied van zijn boerderij reed, dankte ik God: ‘Heer, hier is ie gegroeid. U heeft zon en regen gegeven. De boer heeft gezaaid en geoogst en het geld voor deze kar gegeven. Ik ga nu naar Groningen om mensen te vertellen over een project in India. Met de collecte wordt een jongen geholpen aan onderwijs. Hij wordt arts en geneest mensen. Mensen die weer kunnen zaaien en oogsten. U geeft ook daar zon en regen, enzovoort.

Recycling Grace! Halleluja!’ 

- Otto de Bruijne, Tear-ambassadeur en staflid van 1977-1984. Fragment uit Ottobiografie, Uitgeverij Scholten, 2019