‘Met al je trauma’s word je midden in de maatschappij gegooid’

Verhaal | 19-06-2020Tear

De Koerdische Nesrin Khanzady (41) was verheugd: ze ontving na vier jaar wachten haar verblijfsvergunning. Ze kreeg een huis en besloot een maatschappelijke studie op een hogeschool te volgen. Ze begon enthousiast maar kwam haar eigen trauma’s keihard tegen. Nesrin: ‘Ik had nachtmerries en herbelevingen en schaamde me enorm.’

Vrijdagmiddag 26 juni geeft Samuel Lee een online collegemiddag 'Theology of Migration'. De colleges van Samuel Lee worden afgewisseld met persoonlijke verhalen van mensen die vertellen welke invloed migratie op hun leven heeft, we maken nu vast kennis met Nesrin.

‘We wilden naar Noorwegen. Daar woont veel familie. De smokkelaars brachten ons in Nederland en we hadden geen geld meer om verder te reizen. Het was 2009, ik was 31 jaar oud en was samen met mijn man via Turkije met een vrachtwagen gevlucht. Gelukkig niet via de zee, want ik kan niet zwemmen. We meldden ons bij het politiebureau en werden naar een asielzoekerscentrum gebracht. Al na drie maanden werd ons asielaanvraag afgewezen. Ze vonden dat we terug konden naar waar we vandaan kwamen.’

Lees ook: ‘In Nederland zal ik altijd de immigrant zijn’

We kregen nooit waardering of een knuffel. Ze konden het niet, want ze hadden het zelf ook niet geleerd.

Mijn ouders waren uitgehuwelijkt

‘Dat was Baneh, een Koerdische stad dat op dit moment bij Iran hoort. Hier ben ik geboren in een Islamitisch gezin met zeven zussen en twee broers. Ik ben de middelste. Mijn moeder zorgde voor het huishouden en mijn vader werkte als loodgieter. Ze waren uitgehuwelijkt toen mijn moeder dertien jaar was en kenden geen liefde voor elkaar. Liefde was er sowieso niet in ons gezin. We kregen nooit waardering of een knuffel. Ze konden het niet, want ze hadden het zelf ook niet geleerd.’

‘En dan was ik ook nog een meisje. En meisjes zijn vaak niet welkom in een Islamitisch Koerdisch gezin. Als kind had ik dit al snel door. Mijn ouders gingen anders om met mijn broers. Zij kregen veel aandacht. Ik niet. ‘Je bent een meisje, dat mag niet’, was altijd het antwoord. Ik was nieuwsgierig en legde mij er niet bij neer. Ik mocht wel naar de bibliotheek en daar las ik veel boeken. Door die boeken werd ik geïnspireerd om voor mijn eigen rechten op te komen. Rond mijn zeventiende sloot ik me aan bij een vrouwenvereniging die opkwam voor vrouwenrechten. Ik schreef artikelen en deed onderzoek. Uiteraard keurden mijn ouders én de overheid dit niet goed. Eenmaal werd ik bijna gearresteerd.’

‘Daarnaast was er de oorlog. Ik was twee jaar wanneer de oorlog tussen Iran en Irak begon. ’s Morgens vertrokken mijn moeder en wij als kinderen in alle vroegte naar dorpen in de buurt. Daar was het veiliger dan in de stad. Mijn vader bleef om te werken. Ik ben in die tijd veel bang geweest.’

Echte liefde

‘Tijdens een van de bijeenkomsten die ik als vrouwenactiviste bezocht, ontmoette ik mijn man. Of eigenlijk zag hij mij. Ik was die sterke vrouw waar hij naar op zoek was. We hebben elkaar een paar keer gesproken voordat hij mij ten huwelijk vroeg. We mochten elkaar niet in het openbaar zien, daarom spraken we telefonisch af. Ik was me ervan bewust dat er niet veel mannen waren die vonden dat ik als vrouw dezelfde rechten had. Hij was zo’n goede man. Het was echte liefde.’

Als je na drie maanden een afwijzing krijgt op je asielaanvraag, weet je het echt even niet meer. Ik had sombere gedachtes en wilde niet meer leven.

In de familie van mijn man zaten veel mannen die zich verzetten tegen de regering die vindt dat we geen Koerd mogen zijn. Dagelijks worden er nog steeds Koerden opgehangen. Ikzelf was ook met gevaarlijke zaken bezig. We leefden een dreigend bestaan. Op een dag was de situatie niet meer veilig, we besloten te vluchten. Niemand wist het. Zo spannend en stressvol! Als je vervolgens na drie maanden een afwijzing krijgt op je asielaanvraag, weet je het echt even niet meer. Ik had sombere gedachtes en wilde niet meer leven. Door VluchtelingenWerk Nederland werden we naar Shelter City in Amsterdam gestuurd. Een bijzondere plek, omdat we hier beiden tot geloof zijn gekomen.’

God straft

‘Mijn man en ik zijn als moslim geboren, toch waren we niet gelovig. Ik had het beeld van een God die wilde straffen. Zo’n God vond ik niet rechtvaardig en kon ik niet accepteren. Door alles wat er gebeurd was, huilde ik veel. Bij de Shelter zagen ze mij en wilden ze naar ons verhaal luisteren. In mijn hele leven werd ik altijd afgewezen, maar deze christenen kwamen naar mij toe en interesseerden zich voor ons. Dat maakte mij nieuwsgierig naar het christelijk geloof. Langzaamaan ontdekten we steeds meer over Jezus. Ik onderzocht vooral welke positie de vrouw in het christendom heeft. Op een avond hoorden we een Bijbelstudie over de burg tussen ons en God en het kruis dat ertussen zit. Dat was het laatste puzzelstukje en zo kwamen we tegelijk tot geloof.’

Met Jezus in mijn hart, waren niet al mijn trauma’s verdwenen.

‘Met Jezus in mijn hart, waren niet al mijn trauma’s verdwenen. De oorlog, mijn jeugd, het misbruik dat ook voorkwam. Met alles werd ik geconfronteerd tijdens mijn studie. Ik besloot te stoppen en daarna raakte ik in verwachting van onze zoon. Na zijn geboorte besloot ik hulp te zoeken bij een christelijke psycholoog. Het was niet gemakkelijk om de confrontaties aan te gaan, maar ik ben blij dat ik het gedaan heb want ik zit inmiddels veel beter in mijn vel. Ik heb geleerd dat alles wat er is gebeurd, niet alleen mijn schuld is. Dit is wat ik in mijn cultuur meekreeg: als je misbruikt wordt, dan hoef je dat niet te vertellen, want dan heb je vast zelf iets gedaan waardoor dat gebeurde. Een leugen. Er is een God die je ziet en die houdt van je. Ik mag er zijn. En dát wil ik doorgeven aan anderen.’

Mijn droom

Ik heb mijn trauma’s verwerkt en ben opnieuw aan de hbo studie Social Work begonnen om straks iets te betekenen voor de Nederlandse maatschappij. In het bijzonder voor de vluchtelingenvrouwen. Vluchtelingen worden met al hun trauma’s in de maatschappij gegooid. Je krijgt een verblijfsvergunning en een huis en kunt je toekomst regelen. Dat is de materiële kant. Wie geeft hen hulp voor hun geestelijke situatie? Als dit niet gebeurt, krijgen ze geen eerlijke kans om een nieuw leven op te bouwen.

Mijn droom is dat vluchtelingen niet aan de rand van de maatschappij blijven. Ik wil dat ze meedoen. Daarom is het zo belangrijk dat ze goed worden geholpen.”

Tekst: Hilde Kooij-Tromp

Vrijdagmiddag 26 juni geeft Samuel Lee een online collegemiddag 'Theology of Migration'. Je bent van harte welkom.

Lees ook: Samuel Lee: ‘Ik voel me geen migrant, toch noem ik mijzelf migrantenpastor’

‘Met al je trauma’s word je midden in de maatschappij gegooid’

Verhaal | 19-06-2020 | Tear
De Koerdische Nesrin Khanzady vluchtte naar Nederland en bouwde haar leven op, maar kwam haar trauma's tegen. ‘Ik had nachtmerries en herbelevingen en schaamde me enorm.’

‘In Nederland zal ik altijd de immigrant zijn’

Verhaal | 12-06-2020 | Tear
De Malawiaanse Thandi Soko-de Jong (38) woont in Nederland en heeft wereldwijd te maken met hokjes denken.

Collegemiddag met Samuel Lee

Verhaal | 04-06-2020 | Tear
In gesprek met Theoloog des Vaderlands Samuel Lee. 'Plaats mensen niet in je eigen hokje, probeer het hokje van de ander te begrijpen door een gesprek te voeren.'