Nederlands    English
   
 
 
 
 

Noodhulp
Overstromingen in Pakistan
Sahel noodhulp
Aardbeving in Haíti
Natuurrampen Zuidelijk Azië
Geweld in Oost-Congo
Overstromingen in Bihar
Cycloon in Myanmar
Aardbeving op Java
Aardbeving Pakistan
Tsunami
<< home

Het conflict in Oost-Congo

De huidige problemen in Oost-Congo zijn terug te voeren op de genocide in Rwanda in 1994. Tijdens de maanden april tot juli 1994 zijn ongeveer een miljoen Rwandese Tutsi’s gedood door extreme Hutu’s. Deze genocide eindigde toen een Tutsi-leger erin slaagde de macht over te nemen. Duizenden Hutu’s vluchtten over de grens naar Congo, bang voor wraak van Tutsi’s.

Veel van deze gevluchte Hutu’s hebben gewapende groeperingen gevormd. Vanuit Congo vechten ze tegen de nieuwe machthebbers in Rwanda. In Congo zelf wonen echter ook Tutsi’s, vaak al eeuwenlang. Deze Tutsi’s hebben de Rwandese Tutsi’s geholpen bij de machtsovername, op hun beurt worden zij ook geholpen door de Rwandese regering. Uiteraard levert dit een gespannen situatie op tussen deze Congolese Tutsi’s en de gewapende Hutu-groeperingen.

Ook Congolese Tutsi’s hebben zich georganiseerd in gewapende groeperingen, deels om mee te vechten met het Rwandese leger, deels om zich te beschermen tegen Hutu-milities. Eén van deze groeperingen is de Congrès National pour la Defence de Peuple, onder leiding van Laurent Nkunda. Deze Laurent Nkunda is inmiddels berucht vanwege o.a. het ronselen van kindsoldaten en het uitmoorden en platbranden van dorpen. Ook de 250.000 ontheemden die op dit moment in het nieuws zijn, vluchtten voor de optrekkende legers van Nkunda.

Meerdere landen
Globaal staan er dus twee groepen tegenover elkaar: Hutu’s en Tutsi’s. Zoals gezegd steunt het Rwandese leger, zelf grotendeels Tutsi, de Congolese Tutsi-milities. Congo is uiteraard niet gediend van de inmenging van buurland Rwanda, en steunt op zijn beurt de Hutu-milities die tegen de Tutsi’s strijden. De gevechten tussen de verschillende groepen in Oost-Congo hebben daardoor al geregeld tot officiële aanvaringen tussen Congo en Rwanda geleid.

Andere Afrikaanse landen, bijvoorbeeld Zimbabwe en Angola, zijn bereid Congo te steunen tegen de bemoeienissen van Rwanda. Het zorgelijke aan onrust in Oost-Congo is daarom dat het mogelijk kan uitgroeien tot een groot regionaal conflict.

Goud en diamanten
Los van wraak vanwege conflicten in het verleden, speelt ook mee dat Oost-Congo rijk is aan bodemschatten: goud, diamanten en coltan, een stof die wordt gebruit in mobiele telefoons. Voor rebellenleiders, en voor de regeringen in de omringende landen, kan dat bijzonder winstgevende situaties opleveren. Wellicht ooit begonnen vanuit ideologische motieven, als gewapende oppositiebeweging of met het doel de eigen bevolking te beschermen, zijn vele groeperingen inmiddels verworden tot rovende en plunderende bendes.

Vredesopbouw
De hulpverlening waarvoor de vijf organisaties nu aandacht vragen, richt zich niet uitsluitend op de ontheemden die nu in en rond Goma verblijven. De huidige situatie is namelijk een symptoom van het langlopende conflict. Behalve deze ontheemden zijn er nog duizenden anderen die dringend hulp nodig hebben. Niet alleen om de acute noden te lenigen, maar ook om bij te dragen aan stabiliteit in deze geteisterde regio.

Roelof van Til is voor ZOA de afgelopen maanden geregeld in Oost-Congo geweest. In tegenstelling tot de situatie in Noord-Kivu trof hij in de provincie Zuid-Kivu een relatief stabiele situatie aan. Dagelijks keren daar vele vluchtelingen terug uit kampen in Tanzania en Burundi. Juist in zo’n situatie ziet hij vele mogelijkheden om bij te dragen aan stabiliteit en vredesopbouw.

Hoe ziet hij dat concreet, gelet op de complexe situatie in de regio? “Het conflict in Oost-Congo kunnen we uiteraard niet oplossen, maar het is wel mogelijk mensen weerbaarder te maken tegen de gevolgen van conflicten.” Hij zag dat mensen van verschillende stammen in kerken uitstekend samenwerken. Daarin ziet hij een prachtig aanknopingspunt om verder te gaan werken aan vredesopbouw.

Bovendien heeft hij gemerkt dat mensen op geen enkele manier zijn voorbereid op nieuwe calamiteiten (niet alleen conflicten, maar bijvoorbeeld ook overstromingen). Op het moment dat zich een calamiteit voordoet, vluchten mensen in paniek alle kanten op. Samen met lokale overheden en lokale organisaties is daarom het plan te werken aan ‘disaster preparedness’: de technische term voor het voorbereid zijn op mogelijke rampen.

“Dit zijn natuurlijk processen voor de langere termijn”, licht hij toe. “Maar de mensen die nu na een jarenlang verblijf in vluchtelingenkampen terugkomen, hebben ook acute noden. Om te kunnen overleven, hebben zij voedsel, drinkwater en zaaigoed nodig. Het gebrek daaraan zou natuurlijk ook tot conflicten kunnen leiden met de ontvangende bevolking. Je moet bedenken dat inmiddels al 50.000 mensen zijn teruggekeerd, en dat in de komende twee jaar nog 90.000 mensen worden terugverwacht.¨

De vijf organisaties voeren de actie voor Congo dan ook met het oog op zowel de noden op korte termijn, bijvoorbeeld voedsel en tenten, als op de middellange termijn, zoals zaaigoed, water en sanitatie en vredesopbouw.

Help de vluchtelingen in Oost-Congo! Klik hier om een gift te geven.